Historiek

Deze geschiedenis is geschreven t.g.v. ons 100-jarig bestaan in 1998 door Kris en Peter Brys.

Ons verhaal begint 100 jaar geleden, in 1898, op een ogenblik dat Temse een goede 11.000 inwoners telde en een ware doorbraak beleefde. Economisch evolueerde onze gemeente toen naar een buitengewoon niveau. Zij groeide uit tot het grote centrum van de jute- en zeildoekverwerkende nijverheid in België én Europa. De jutespinnerijen van Andries-Brijs en Orlay, en de zeildoekweverijen van Wittock en Wilford stelden samen 650 mensen te werk. De mandenmakerij telde verscheidene honderden werknemers, en nog vóór de Eerste wereldoorlog waren het er duizend. Andere arbeidsintensieve nijverheden waren de steenbakkerijen, de klompenmakerij en de scheepswerf Boel. Met daarbij nog verscheidene andere bedrijven beschikte Temse op het einde van de 19de eeuw over een groeiend en bloeiend economisch potentieel, dat de hefboom vormde tot verbeterende sociale toestanden. Economische welvaart hangt immers nauw samen met maatschappelijk welzijn. Die verbeterde sociale toestanden hadden een gunstige weerslag op het maatschappelijke leven in zijn geheel en op het culturele leven in het bijzonder.

Vanaf 1890 schoten in Temse de culturele verenigingen als paddestoelen uit de grond, voornamelijk toneel- en zangverenigingen, muziekmaatschappijen en verenigingen met een vormend karakter. De verenigingen namen niet enkel kwantitatief toe, ook kwalitatief was er een enorme vooruitgang. Een aantal onder hen tilden Temse aanzienlijk op en deden het boven zichzelf uitstijgen. Temse bereikte cultureel een niveau dat haar boven de banaliteit verhief en haar – alle verhoudingen in acht genomen – recht gaf op een ereplaats onder de Vlaamse gemeenten. Ook toeristisch stevende de gemeente naar haar hoogtepunt. Dé hefboom daartoe werd gevormd door de stoomvaartmaatschappij Schelde en Rupel, zeg maar: de Wilfordboten. Zij stonden in voor het vervoer van goederen en passagiers, en brachten duizenden toeristen naar Temse. Het is duidelijk dat al deze domeinen elkaar gunstig beïnvloedden en dat de onderlinge wisselwerking steeds nieuwe impulsen gaf aan deze gemeente-in-opmars. Dit groeiende en bloeiende Temse werd ook gekenmerkt door een toenemend sociaal bewustzijn. Naast kerkelijke leiders – met E.H. Eduard De Sutter op kop – en de voorlopers van de syndicale beweging waren zich ook bepaalde nijveraars – zoals Nicolaas Orlay – , een aantal leden van de burgerij en een groeiend aantal jongeren bewust van de noodzakelijke materiële en geestelijke opgang van de kleine man. Naast dat sociale besef gistte in Temse ook een sterk Vlaams bewustzijn, aanvankelijk nog niet zozeer in politieke, dan wel in culturele zin. Men dweepte met de Vlaamse taal, literatuur en liederenschat. Vooral de opkomende culturele verenigingen straalden een Vlaamse geest uit, net als de studenten trouwens die de Vlaamse colleges bezochten. Temse ontwikkelde zich vanaf het laatste decennium van de 19de eeuw tot een nest van cultuurflamingantisme. Aan deze tijdsbeschrijving dient zeker nog één element toegevoegd van een niet te onderschatten betekenis.

Zoals alle dorpen 100 jaar geleden was ook Temse toen nog ongerept, gedompeld in “een gordel van smaragd”. Maar er was niet alleen een weelde aan groen, er was bovenal de glasheldere Schelde, toen nog visvijver en zwembad tegelijk. De vertederende sfeer van deze natuurlijke omgeving maakte een diepe indruk op al wie erin leefde en droeg gevoelig bij tot de gehechtheid van de bewoners aan hun dorp. Op de drempel van de 20ste eeuw groeide Temse naar een ongewone hoogte, naar een peil dat de middelmatigheid en de bescheidenheid van een provinciestadje van 11.000 inwoners aanzienlijk oversteeg. Dit welvarende, kleurrijke Temse was rijp om zijn intreden te doen in het bruisende leven van de Belle Epoque. Wat Temse in zijn opmars nog niet bezat, was een studentenbeweging …

 

De periode van 1898 tot 1928
Sinds het laatste kwart van de 19de eeuw waren op tal van plaatsen in Vlaanderen studentenverenigingen ontstaan. Scholieren, seminaristen en universiteitsstudenten verenigden zich om zich in ernst en leute voor te bereiden op een actieve inzet in de Vlaamse beweging. Terecht wordt heel wat belang gehecht aan de studentenbeweging uit die tijd, want de generatie die kort na de eeuwwisseling in de studentenwereld aan het woord kwam, is juist die generatie die na de Eerste Wereldoorlog aan het woord zou komen in de leidende functies. In deze invloedrijke studentenbeweging kregen velen hun Vlaamse vorming. In de nabloei van de Rodenbachse Blauwvoeterij zou ook de studentenbeweging in Temse ontstaan. Midden het natuurrijke, sociaal-economisch, cultureel en toeristisch bloeiende Temse, met zijn groeiend Vlaams en sociale besef, en zijn toenemende politieke bewustwording ontkiemde – als een natuurlijke uitloper van allerlei gebeurtenissen en omstandigheden en zonder twijfel als resultaat van talrijke vakantieavond-vullende bespreking – Temses eerste duurzame jeugdbeweging wiens naam niet mis te verstaan was: Temsche Voorwaarts, met als leuze “VOORUIT VOOR ‘T GOED, MET BLIJ GEMOED”. Men schreef september 1898. De stichters waren Leo Lambrechts en Karel De Leenheer, humaniorastudenten aan het College te Sint- Niklaas. Het eerste lokaal was (het inmiddels afgebrande) “het Hollandsch Hof” (hoek Kasteelstraat – Scheldestraat).Tussen 1900 en 1939 fungeert de Katholieke Werkmanskring in de Akkerstraat als hoofdkwartier. De activiteiten beperken zich tot de zomervakantie en de verlofperiodes rond Kerstmis en Pasen, zodat men van een typische vakantiebond kan spreken. De eerste “hoofdman” en grote bezieler van de pioniersjaren was Karel De Leenheer (18/2/1885 – 18/2/1960). Seminaristen, hoogstudenten, leerlingen uit het normaal- en middelbaar onderwijs konden toetreden tot Temsche Voorwaarts. Tijdens de vakanties kwamen de leden bijeen in studiekringen, waar ze beurtelings een voordracht hielden.Tussen 1905 (gegevens van voor 1905 zijn helaas – met uitzondering van enkele – niet bewaard gebleven) en de Eerste Wereldoorlog vonden een 50-tal voordrachten plaats. De thema’s die het meest aan de orde kwamen, waren Vlaamse litteratuur en taalkunde, Vlaamse Beweging en maatschappijleer. Een paar leden – Leo de Nayer en Piet Van Rossem – publiceerden hun flamingante opstellen in de plaatselijke weekbladen: de “Gazette van Temsche” en “De Schelde”. Naast de studiekringen vormde toneel de belangrijkste activiteit. Toneel werd beschouwd als een hefboom tot culturele volksverheffing en versterking van het Vlaamse bewustzijn; daarnaast was er ook de vormende waarde voor de spelers. In 1902, vier jaar na de stichting, begonnen de studenten met toneelopvoeringen. Regisseur en grote bezieler was eens te meer hoofdman Karel De Leenheer, die trouwens zijn leven lang toneel regisseerde in onze gemeente en als dusdanig mede recht heeft op hetpredikaat: hij leerde katholiek Temse toneel spelen. De opvoeringen van Temsche Voorwaarts, die plaatsvonden in de feestzaal van de Katholieke werkmanskring in de Akkerstraat, lokten massale belangstelling en zorgden voor vermaak waarover in heel Temse en in de plaatselijke pers enthousiast werd gesproken en geschreven. De studenten organiseerden ook uitstappen en namen deel aan gouwmeetings, bedevaarten en bepaalde manifestaties. In 1905 werd de 20-jarige Karel De Leenheer, na het beëindigen van zijn studies in Sint-Niklaas, als hoofdman opgevolgd door Achiel Vercouteren. “Het tienjarige bestaan van de studentenkring wordt gevierd in 1909, met o.m. een optocht door de gemeente, waarbij bijna alle huizen bevlagd zijn. Karel De Leenheer schenkt zijn studenten hun eerste bondsvlag. Tijdens de schoolwetmanifestaties te Leuven in 1912 wordt het pronkstuk door tegenbetogers beklad met “rooie menie” . Iedereen is het dadelijk eens met het voorstel van Edward Poppe om deze “bloedvlekken” er niet uit wassen. Edward Poppe is al op de voorgrond getreden in 1908, wanneer hij tijdens een vergadering Vlaamse volksliederen brengt. Zijn aanzien bij zijn medestudenten blijft groeien en tot 1916 is hij de algemene hoofdman van Temsche Voorwaarts. De leden van Temsche Voorwaarts behoorden per definitie tot de burgerij of de middenstand. Arbeiders hadden toen immers geen middelen om hun kinderen te laten verderstuderen. Typisch voor de tijdgeest was echter dat alle leden een sociaal engagement werd gevraagd. Onder Edward Poppe ontwikkelden zich binnen Temsche Voorwaarts twee kernen: in de ene stond de culturele en recreatieve functie centraal, in de andere de maatschappelijke problemen. Edward Poppe was de voortrekker van de laatste groep, die o.m. aandacht ging besteden aan de sociale toestanden en aan de werking van pater Georges Rutten, de grondlegger van de Christelijke syndicale beweging in België. Op de gouwdag in Oostakker in 1912 werd aan de studenten gevraagd de “werkmanstoestanden” te leren kennen. Edward Poppe spoorde de leden van Temsche Voorwaarts aan huisbezoeken te doen in de armste wijken van de gemeente en post te vatten aan de fabriekspoorten, om zodoende de miserie van het werkvolk te kunnen vaststellen en overtuigd te worden dat daaraan moest worden verholpen. Hier werd de Vlaamse beweging uit het romantische vaarwater gehaald en in een meer sociale koers gestuwd, een tendens die overigens op vele plaatsen in Vlaanderen waarneembaar was. In de 15 bestaansjaren van Temsche Voorwaarts voor de Eerste Wereldoorlog had de studentenbond zich dankzij een schitterende werking een heel aparte plaats weten te veroveren in het welvarende Temse. Die hoogbloei van Temsche Voorwaarts – op een niveau dat later nooit meer zou worden geëvenaard – was voornamelijk te danken aan de grootsheid van een aantal leidende figuren, vooral universiteitsstudenten, die intellectueel en cultureel op een hoog peil stonden en zorgden voor een hoogstaande werking, waarbij zij er voortdurend in slaagden alle leden geestdriftig rond zich te scharen en te motiveren. Die eer komt voornamelijk toe aan toonaangevers als Karel De Leenheer, Achiel Vercouteren, Edward Poppe, Leo De Nayer, Karel de Schaepdrijver en Emmanuel Lejeune. Uit die vooroorlogse studenten generatie zijn grote kopstukken naar voren getreden, wier bekendheid de plaatselijke grenzen aanzienlijk heeft overstegen. De bekendste en de grootste is zonder twijfel Edward Poppe, wiens heiligverklaring nakend is. Edward Poppe is trouwens niet alleen de grootste vertegenwoordiger van Temsche Voorwaarts, hij is zonder discussie ook de grootste en bekendste Temsenaar in het algemeen. Edward Poppe, uit geschriften en getuigenissen treedt hij naar voor als een ongewoon begaafd en veelzijdig man, een sterke persoonlijkheid, bezielend leiderstype, diep christelijk en sociaal bewogen, genuanceerd flamingant, een wilskrachtig en altruïstisch schoon mens, naar wie allen die met hem omgingen waarderend en bewonderend opkeken. De literatuur die van bij zijn dood in 1924 ontstond, liep vooruit op zijn heiligverklaring en werd volledig in functie daarvan geschreven, met slechts weinig aandacht voor de historische Poppe, de man van vlees en bloed. Zodoende werd – op zijn zachtst gezegd – een onvolledig en vertekend beeld gecreëerd van deze krachtige, beminnelijke persoonlijkheid. Daardoor werd hem eigenlijk niet gegeven wat hem toekwam. Gelukkig gebeurde dit laatste de jongste jaren steeds meer. Dankzij het baanbrekende werk van E.H. Fernand Van De Velde is de ware Poppe opnieuw tot leven gekomen via een monumentale biografie in 4 delen. Het traditioneel geworden Poppebeeld wordt daarin aangevuld en scherper gesteld, waardoor een grotere, rijkere, levensechtere Poppe naar voor treedt. Die biografie is dan ook warm aan te bevelen, voor de leden van Temsche Voorwaarts en zij die zich aan het Temse van voor Wereldoorlog I interesseren, zeker het eerste deel: “De wereld van Edward Poppe” (met de foto van onze eerste bondsvlag op de achterflap). Deze wereld was immers vooral Temse, en het boek krioelt dan ook van Temsese figuren en omstandigheden; Temsche Voorwaarts wordt er tientallen keren in geciteerd. Andere leden van deze pioniersgeneratie die ruime bekendheid verwierven waren Piet Van Rossem en Karel de Schaepdrijver, evenals de gebroeders Edward en Frans Van Raemdonck. Vele anderen van die generatie verwierven weliswaar geen nationale bekendheid, maar ontplooiden zich tot uiterst verdienstelijke en betekenisvolle figuren op zeer uiteenlopende terreinen. De Eerste wereldoorlog was ook voor Temsche Voorwaarts een ramp. De meeste leden, ouder dan 20 jaar, werden opgeroepen om deel uit te maken van het Belgische leger, anderen boden zich aan als oorlogsvrijwilligers, zoals Piet Van Rossem, Karel De Schaepdrijver en de gebroeders Van Raemdonck. De eerste Temsenaar die omkwam aan het front, was een vooraanstaand lid van Temsche Voorwaarts: Emmanuel Lejeune. Deze 20-jarige student in de rechten aan de universiteit van Leuven, sneuvelde al in de eerste oorlogsmaand, augustus 1914, bij de slag van Namen. Overlijdensdatum: onbekend; zijn lichaam werd niet weergevonden en zijn begraafplaats is dan ook onbekend gebleven. Edward en Frans Van Raemdonck sneuvelden in de nacht van 25 op 26 maart 1917. Edward, brouwer, was 21, Frans, student, 20. Zij groeiden uit tot toonbeelden van broederliefde en symbolen van de Vlaamse strijd aan de Ijzer. Een vierde lid van Temsche Voorwaarts dat de oorlog niet overleefde, was Leo De Nayer, student in de rechten aan de universiteit van Leuven. Als luitenant van het 8ste Linieregiment was hij hiërarchisch de Temsenaar met de hoogste rang. Met het einde van de oorlog in zicht voerde hij op 15 oktober 1918 een verkenning uit op de vijandelijke stellingen in Torhout. Hij werd getroffen door een machinegeweer en bleef op slag dood. Hij was 26. Eind 1918 werd zijn stoffelijk overschot naar Temse overgebracht. Over deze nauwelijks bekende maar hoogstaande Temsenaar, één der leidende figuren van Temsche Voorwaarts, maakte Toon Brijssinck een studie. Tijdens de Eerste Wereldoorlog stond de werking van Temsche Voorwaarts, zoals vrijwel alle verenigingsleven, op een laag pitje. Na de oorlog was het gemakkelijk de draad weer op te nemen. De continuïteit was verdwenen: gesneuveld, of door omstandigheden verhuisd, of om activistische redenen naar Nederland gevlucht, of gewoon: te oud geworden of weggegroeid van de studenten. 5 jaar van bijnainactiviteit betekende ook dat, in termen van een jeugdbeweging gesproken, een generatie wa verloren gegaan. In feite was de nieuwe start dan ook een heroprichting. Het definitieve startschot werd de organisatie van een studentenlanddag in Temse op 18 augustus 1920. Die dag werden ook de gesneuvelde leden piëteitsvol herdacht. De eerste naoorlogse hoofdman was Leo Rombout, broer van priester Cyriel en neef van deken Jozef Rombout. In de twintiger jaren kon Temsche Voorwaarts maar moeilijk de herinnering aan het rijke verleden oproepen. Het aantal leden bleef beperkt en de werking was daarmee in verhouding. De evolutie van Temsche Voorwaarts verliep in feite parallel met de culturele achteruitgang van Temse: Het uitzonderlijke verdween en maakte plaats voor middelmatigheid. Net als het cultureel leven in Temse in het algemeen viel Temsche Voorwaarts in de twintiger jaren terug in de banaliteit. “
De periode van 1928 tot 1955
” We moeten beamen dat de werking gedurende een hele tijd allesbehalve bruisend was. Tussen 1922 en 1928 zijn er bijvoorbeeld maximum 15 leden aanwezig op een vergadering. Al deze bijeenkomsten hadden het karakter van studiekringen met als doelstellingen: – Opwerken tot persoonlijkheid. – Actie op katholiek gebied.- Actie op Vlaams gebied. “Vanaf 1918 treedt het Algemeen Katholiek Vlaams Studentenverbond (AKVS) op als overkoepelende organisatie van de studentengilden, die tot dan toe vrijwel afzonderlijk werkten. De top van het AKVS, die te Leuven gevestigd is, evolueert halverwege de jaren ’20 echter van katholiek-Vlaams over Vlaams-Nationalistisch naar anti-Belgisch. De Vlaamse bisschoppen zetten zich hiertegen af en maken dankbaar gebruik van de opkomende Katholieke Aktie om de gilden los te weken van het AKVS. Op 11 april 1928 wordt het Jeugdverbond voor Katholieke Aktie (JVKA) aan Vlaanderen voorgesteld. Het JVKA stelt als ultiem doel het vestigen van het Rijk Gods op aarde. Voortaan staan de bonden onder de kerkelijke hiërarchie, zodat de bondsproosten aan invloed winnen. In 1930 treedt oud-lid E.H. Lucien Anné op de voorgrond als proost van Temsche Voorwaarts en in 1933 sluit de bond aan bij het JVKA. Ondanks alles blijven de activiteiten op een laag pitje staan. In een verslagboek uit 1932 lezen we: “Makkers, ruim 2 jaar geen werking meer, aan wie de schuld? … Aan onze eigen lamlendigheid!” Inderdaad, alleen de kern ijverde nog en die stond dikwijls hulpeloos. In datzelfde jaar werd er een reglement opgesteld om de afwezigheden op de vergaderingen zoveel mogelijk te beperken. In 1933 werd een nieuw bestuur gekozen met als proost: E.H. Lucien Anné en voorzitter August Wauters. Temse Voorwaarts blijft verder stagneren en dankzij enkele leiders blijft de bond standhouden. Men leeft in een overgangsperiode tussen traditie en vernieuwing … Dat jaar ontstaat ook de traditie van de Driekoningenstoeten bij de studenten. Daarover wordt vermeld dat “den kemel 200 fr. kostte”. Ook de opbrengst gaat integraal naar de missies. “Na de optocht werden de studenten bij ‘de broederkens’ getrakteerd met ‘bezekoeken en koffie’, zo lezen we. Ook het toneel kreeg een voorname rol, waarbij de opbrengst telkens naar een goed doel ging. ” Rond 1935 raakt de term KSA overal verspreid. Het verschijnen van een jeugdbewegingmethodiek in 1935 betekent het einde van het oude gildensysteem. Vernieuwende elementen zijn het blauwe uniformhemd en de gele das, instructies betreffende de kentekens, het marcheren, het groeten, de rangen en de reorganisatie van de werking, die een duidelijke hiërarchie krijgt. In Temse, waar August Wauters het voorzitterschap waarneemt, heten de +15-jarigen voortaan Kerels, zij zetten de oude werkingsvormen voort. De groep van 12-15-jarigen, de Knapen, wordt gesplitst in twee vendels, die elk onder leiding staan van een gids: de Kerelskinderen o.l.v. Jef Meersman en de Scheldezonen o.l.v. Louis Van Goethem. Voor hen worden spelnamiddagen en tochten georganiseerd. In totaal telt de bond nu 37 leden. Uit het verslagboek van die tijd lezen we het reglement der Knapen:De knaap is stipt op post en tuchtvol. De knaap rookt niet in uniform. De knaap verlaat nooit zijn vendel, zonder de leider te verwittigen.De knaap heeft steeds zijn liederboekje bij, bij elke gepaste gelegenheid.De knaap draagt steeds zijn uniform.In 1937, een jaar waarin de knapen de jonge Désiré Van Riet in hun rangen treffen, wordt E.H. Anné als proost opgevolgd door E.H. Albert Janssens de Vaerebeke. Alle aandacht gaat naar de Vlaamse Kermis ten voordele van de kerk van Temse, waarbij de studenten een potpourri gemaakt hadden van al de populaire liedjes uit die tijd. De opbrengst, 1800 fr., werd aan de E.H. Deken overhandigt. Ook in 1937 verscheen de eerste serieuze voetbalploeg met een zware nederlaag als debuut: 9 – 1 tegen Hamme. In 1938 lezen we als activiteiten o.a. de Vlaamse Kermis, toneel en kampvuur in de tuin van het kasteel. De periode 1939 – 1940 lijkt een dieptepunt in de geschiedenis van KSA Temse Voorwaarts. Weinig activiteiten en het geplande toneel gaat ook al niet door omwille van de mobilisatie. Wanneer de oudste studenten weer thuis waren, komt er echter nieuwe ijver en krijgen we zelfs een nieuw lokaal in de Akkerstraat, vooral door toedoen van E.H. Janssens de Vaerebeke. Die korte heropbloei wordt tenietgedaan door een scheuring binnen de studentenbond. KSA blijft in de Akkerstraat, de rest vestigde zich in de burgerskring onder de naam “Temsicana”. Deze scheuring werd gelukkig ongedaan gemaakt door bemiddeling van E.H. De Wilde in 1941. Temse Voorwaarts ondervindt slechts weinig hinder van de Duitse bezetting en kent absolute hoogtepunten in de werking onder leiding van Jef de Gendt (1941 – ’43), Frans de Gendt (1943 – ’45) en Fernand Schuerman (1945 – ’48). Het ledenaantal is intussen opgegroeid tot 60. De studenten wonen dagelijks een eucharistieviering bij. Onder leiding van Jef de Gendt waren de vergaderingen talrijk, met als activiteiten zangstonden, voetbalmatchen, sportfeesten enz … Bij de processies stonden ze telkens op de eerste rangen. Toneelvoorstellingen kenden een bijzonder groot succes met o.a. “Neef Bill uit Mexico” en “Wie vliegt er mee?”. Op voetbalgebied gaat het crescendo met o.a. een 19 – 1 overwinning tegen KSA Beveren. De ploeg behaalt vele triomfen en de gewesttornooien worden door de leden van KSA Temse gedomineerd. In 1941 verhuist de bond naar een nieuw lokaal in den Burgerkring aan de Wilfordkaai en sticht Hektor Brys het eerste bondsblad “Temsche Voorwaarts”, dat anno nu nog steeds van de bondspersen rolt. In 1942 gaat de hele bond voor het eerst op kamp met als bestemming Ledeberg. In 1943 neemt Frans de Gendt het roer over van zijn broer Jef. Wat betreft de godsdienstige, de vendel- en de bondswerking, wordt een duidelijk profiel uitgestippeld. Het dient gezegd dat er een drukke kalender afgewerkt wordt. In datzelfde jaar komt de stichting van een voorknapenvendel onder leiding van Jean Lambert. De bond van Tielrode zat in geldnood en daarom gingen de studenten van Temse aldaar een toneelvoorstelling opvoeren, overigens met groot succes. Opvallend was de zangkwaliteit van de studenten, zodat er zelfs meer volk naar de mis kwam als de studenten zongen. In 1944 kent de toneelwerking onvergetelijke momenten met “En waar de sterre bleef stille staan” en vooral met de revue “oude harten”, geschreven door Frans de Gendt, waarbij de 5 opvoeringen onmiddellijk uitverkocht waren.” Maar ook nu weer eist de oorlog zijn tol. In mei 1944 komt penningmeester Kamiel Van Wauwe om tijdens bombardementen op Leuven. Een aantal andere leden van het hogeschoolvendel schuilen in de kelder van het gebouw waarin hij zich bevindt, en overleven de ramp. Alhoewel de bondskas geplunderd was door de Heer Gutt, minister van financiën, richtten de studenten een smulpartij in voor de kinderen van de geteisterden. Aanvankelijk is er geen werking in 1945 door de vliegende bommen. De nieuwe bondsleider wordt Fernand Schuerman. De werking wordt hervat tijdens de grote vakantie. In 1946 trok men op kamp naar Kasterlee, waarbij men voor het eerst uitpakte met een eigen fanfare. Het kampvuur werd zelfs bijgewoond door ongeveer 200 inwoners uit Kasterlee. Ook in 1947 bleven de activiteiten zijn normale gang gaan. In 1948 wordt het 50-jarig bestaan gevierd. De feestelijkheden bestaan ondermeer uit een massakampvuur, een optocht met een Priester Poppe-herdenking en een openluchtopvoering van De Leeuw Van Vlaanderen door het Reizend Volkstheater. Rond 1950 gaat het bijna overal bergaf met KSA. Behalve in Sint-Niklaas, Temse en Beveren zijn alle bonden in het Waasland verdwenen. Als enige leiders van Temse Voorwaarts blijven Herman Van Hoyweghen en Paul Snoeck over. E.H. Frans De Wilde is op dat ogenblik proost. In 1953 wijdt Z.E.H. Deken Luysterman de nieuwe bondsvlag. Met de hulp van de Hernieuwers en van Jozef Blommaert komt een heropbloei tot stand. Wanneer Blommaert in 1955 bondsleider wordt, is de crisis achter de rug. Op nationaal vlak wordt nu duidelijk geopteerd voor een continue werking met een echt jeugdbewegingskarakter. Vakantiebonden met katholieke actie als uiteindelijk doel kunnen de jeugd niet meer boeien.
De periode van 1955 tot nu
Onder bondsleider Etienne Buneghem en proost E.H. Viktor De Spiegeleer gaat de jongknapen-werking voor 9-12-jarigen definitief van start. Onder opvolger Guy van Raemdonck wordt de bouw van het (nu al afgebroken) lokaal achter het VTI aan de Akkerstraat beëindigd. Hij levert ook een belangrijke bijdrage aan de uitvoering van het Sambalprogramma, de trots van de toenmalige kritische studentengeneratie. Op kamp in Mechelen aan de Maas werd zelfs een film gemaakt met de hernieuwers met als titel “Sambal”. Dezelfde bondsleider, Guy Van Raemdonck, start met de leeuwkeswerking voor 6- tot 8-jarigen. Hierdoor stijgt het ledenaantal tot boven de 100. Vanaf nu treden ook meisjes toe tot het begeleidingskader, omdat het pedagogisch verantwoord lijkt. De eerste leidsters waren Ria De Cock, Anne Baeke en Lieve Van De Maele. Opmerkelijk feit was wel dat voorheen verboden werd om de ouderavonden samen met VKSJ te organiseren en dit op uitdrukkelijk verzoek van Z.E.H. Deken. 70 jaar Temse Voorwaarts wordt gekoppeld aan een foto- en diawedstrijd en een tentoonstelling met als thema “Temse en de Schelde”. In 1968 ontstaat de “Beweging van Oud KSA-ers”, kortweg, de BOK-ken. Pioniers hierbij waren Jef De Pauw, Dirk Spiessens en Raf De Vooght. De bokken staan tevens geheel of gedeeltelijk in voor de organisatie van het 70- en 75-jarig bestaan, ondermeer met een banket met 200 gasten. De activiteiten van de bokken beperkten zich tot volleybal en een pintje drinken, iets wat traditie is geworden. De nieuwe bondsleider André Bressinck, verhuist de oudste bannen naar de Luizemart, een lokaal op de hoek van het Edgard Tinelplein. Opnieuw vindt er een scheuring plaats. Onderlinge ruzie zorgt ervoor dat het grootste (tevens oudste) gedeelte van de leiding opstapt naar een lokaal in de veldstraat, de vroegere jeugdclub “De Veldstraat”. Alle bemiddelingspogingen (van o.a. E.H. Van Den Eynde) ten spijt is de breuk definitief. Bondsleider André Bressinck bleef over met een piepjonge leiding, maar door zijn inzet en ervaring en de onderlinge kameraadschap onder de jonge leiding, werd er keihard gewerkt om KSA Temse Voorwaarts er opnieuw bovenop te helpen. Het was de inleiding tot een stabiele werkingsperiode in de jaren ’70, met als bondsleiders Jan Van Landeghem, Jan De Gendt en Dirk Van Hecke, en als proost E.H. Karel Goossens. Onder Jan De Gendt wordt in 1978 het 80-jarig bestaan gevierd, met o.m. een tentoonstelling in het gemeentehuis, een optocht door Temse en een feestavond op de Markt. E.H. Goossens wijdt de prachtige nieuwe bondsvlag in, die werd ontworpen door Jean Boeykens. Na een tiental jaren van minderwaardige ontspanningskledij, opgelegd door KSA nationaal, voert Temse Voorwaarts dit jaar opnieuw het blauwe uniformhemd in. 1980 is een mijlpaal wat het ledenbestand betreft: Temse Voorwaarts telt meer dan 100 ingeschrevenen. De aanstelling van E.H. Karel Goossens als onderpastoor in Gent weegt zwaar door. En dat is niet het enige probleem: de lokalen zijn te klein in verhouding tot het aantal leden en De Luizemart is in erg slechte staat. Bondsleider Rony Van Lyssebetten en de toenmalige leidingsploeg kijken uit naar een nieuwe huisvesting. Uiteindelijk wijst de gemeente hen in 1982 een deel van de voormalige brouwerij naast de toenmalige bibliotheek (nu Muziekschool) toe. De jaarlijkse marsepeinverkoop zorgt voor wat meer armslag, maar de verbouwingswerken vorderen moeizaam. Bovendien heeft ook Temse Voorwaarts te lijden onder de crisis onder de jeugdbewegingen, die vooral wordt veroorzaakt door het groeiende aantal ontspanningsmogelijkheden voor +12-jarigen. Vanaf 1986 gaat het weer bergopwaarts. Dat jaar staat Dirk Slowack aan het hoofd van de KSA. Hij zorgt er mede voor dat de allerjongsten uit de derde kleuterklas een apart onderkomen vinden in de sloeberban, met een werking aangepast aan hun leeftijd. Voortaan trekken ook de leeuwkes en jongknapen op kamp in tenten, dat jaar voor het eerst in Chiny. In het werkjaar 1987-1988 stapelen de redenen tot feestvieren zich op. E.H. Toon Clarys blijkt een bijzonder geïnteresseerde bondsproost, die een positieve bijdrage levert aan het beleid van Wim Van De Maele. Met de verhuis van De Luizemart naar de nieuwe lokalen in de Hoogkamerstraat lijkt het einde van de woonperikelen in zicht. Het ledenaantal groeit weer aan tot boven de honderd en bereikt een nieuw hoogtepunt (110!). Dat jaar stonden ook twee leden uit het begeleidingskader in de belangstelling: In april werd Gerd De Block in de bloemtjes gezet op de provinciale feestdag in Gent als ontwerper van de jubileumvlag “60 jaar KSA Oost-Vlaanderen”; Eric Pyl werd uitgeroepen tot gewestleider, een gevolg van de grote bedrijvigheid die KSA Temse tentoonspreidt in het goed draaiende gewest Waasland. “90 Jaar Temse Voorwaarts” ging zeker niet onopgemerkt voorbij. De provinciale startdag voor KSA- en VKSJ-leiding kleurde Temse blauw, twee weekends lang lokte de door archivaris Peter Brys samengestelde tentoonstelling heel wat belangstellenden naar het Gemeentemuseum. Onder hen waren ook tal van oud-KSA-ers die ook de dankmis en het feestbanket bijzonder op prijs stelden. “Tot over 10 jaar!” was dikwijls een veelzeggend afscheid. Alle toenmalige leden kregen nog een dagje aan zee cadeau. Het enthousiasme dat het succes van deze viering met zich meebracht, stimuleerde de werking van de bond nog jaren. Het ledenaantal bleef zienderogen stijgen tot boven de 130. Leidingsmensen uit Temse werden voor de organisatie van verschillende provinciale activiteiten (startdag, Joepie-voettocht, …) én in het gewest Waasland veelvuldig gevraagd. De geruststellende verhuis naar de nieuwe lokalen, nu 10 jaar geleden, bleek geen eindpunt in het lokalenverhaal. De bouwgolf die de jaren ‘90 in Temse onmiskenbaar kenmerkt, draagt zonder twijfel bij tot de verfraaiing en de aantrekkelijkheid van het straatbeeld en verholp de acute huisvestingsproblemen. Toch bleek deze bouwevolutie geen zegen voor onze bond: In ‘93 moesten onze lokalen in de Akkerstraat, grenzend aan een aantal verkrotte woningen in de Scheldestraat, wijken voor nieuwbouw. De volledige bond moest noodgedwongen worden ondergebracht in de Hoogkamerstraat. De lokalen moeten nu beurtelings gebruikt worden door de verschillende bannen. Een definitieve oplossing is nog steeds niet in zicht. De beperktere ruimte en het geringere potentieel aan leiding remmen ook een mogelijke nieuwe aangroei van het terug gedaalde ledenaantal af. Aangezien al onze lokalen nu binnen de H. Hartparochie liggen, is EH Raf De Loor, hier sinds 1992 pastoor, de logische opvolger wanneer onze proost, EH Toon Clarys, in 1994 Temse verlaat. De laatste 10 jaren worden gekenmerkt door een sterk wisselende leidingsploeg, met 8 verschillende bondsleiders. Enkel Danny Noens en Wim De Block blijven langer dan 1 jaar op post. De meer ervaren leiders verdwijnen van het toneel en laten na de generatiewissel de jongeren de niet eenvoudige taak de huidige jeugd voor het jeugdbewegingsleven te blijven motiveren. De jaarlijkse barbecue verving een reeks succesvolle koude buffetten. Ook een jaarlijkse traditie werd een voetbalmatch tussen leiding en ouders. Deze sport blijft blijkbaar niet weg te denken uit een jongensvereniging! De “Moonwalk”, een avontuurlijke tocht voor de oudste leden en leiding, is ook een blijvende nieuwkomer tussen alle andere activiteiten. Het ontlenen van tenten voor het bondskamp vormt steeds vaker een probleem, zodat men na jaren discussiëren uiteindelijk toch beslist zelf enkele tenten aan te kopen. Deze kunnen deze zomer alvast mee naar het buitenland, want kersvers bondsleider Tom De Roos leidt de bond voor het eerst in de geschiedenis buiten onze grenzen, namelijk naar de Franse Ardêche. Dit buitenlands kamp kadert in de 100 jaar-viering. Temse Voorwaarts, 100 jaar studentenbond en jeugdbeweging, met ups en downs geëvolueerd met een steeds sneller veranderende samenleving, Voorwaarts naar een zin- en succesvolle tweede eeuw!